Spring voorbij navigatie
RSS | Disclaimer | Sitemap

VOM Nieuwsbrieven 2011


Nieuwsbrief januari 2012

Inhoud:


VOM Nieuwjaarsborrel bracht goed en slecht nieuws

De Nieuwjaarsborrel van de VOM stond in het teken van de ontwikkeling van grondstofprijzen. Ondanks dat de VOM goed op koers ligt, gaat die van de grondstofprijzen alleen maar omhoog en dat kan problemen opleveren voor onze leden. 

Prijsontwikkelingen chemische basisgrondstoffen
Jeroen Westerveld van Kluthe uit Alphen aan den Rijn vertelde over de schaarste in grondstoffen als titaandioxide en fosfaten, en de prijsstijgingen door de hogere olieprijs.
De chemische basisgrondstoffen zijn ruwe olie, fosfaten, natronloog, kaliloog en zuren. “Olie wordt duurder, het moet op steeds moeilijker plaatsen gewonnen worden zoals uit teerzand in Canada, of in diepe zeeën zoals de golf van Mexico, of in afgelegen gebieden zoals delen van Rusland. Er is nu ook een olie-embrago tegen Iran, dus Rotterdam en Antwerpen hebben minder olie beschikbaar. Er zijn twee keuzes die raffinageproducenten maken: gaat het naar brandstoffen, waar twee derde momenteel terechtkomt, of naar kunststof, farmacie en chemie waar nu een derde terechtkomt? Het marktmechanisme laat de prijs fluctueren. Is de vraag hier laag, dan moet het elders geproduceerd worden en moeten wij gaan importeren.” Kluthe is een grootverbruiker van oplosmiddelen, aromaten en alifaten. “Indirect gebruiken we ook alcoholen, ketonen en esters. Om acetaten en esters te maken is azijnzuur nodig. Daarvan gaan de prijzen omhoog als de olie duurder wordt, leg het je klánt maar uit…”
Fosfaten vormen de basis van vele waterige reinigingssystemen, maar ook voor kunstmest. “Het wordt gedolven, 70% zit in Marokko en China. Een monopolistische prijsstelling ligt op de loer. Door de stijging van de welvaart verandert het consumptiepatroon. Mensen gaan dan meer vlees eten, en dat is een uitermate inefficiënt voedselmechanisme. Er is veel kunstmest nodig voor zulk voedsel. En biobrandstoffen zijn er mede de oorzaak van dat er een hoger gebruik van kunstmest is, vooral in Brazilië en Amerika. Dat is een onderschat gevaar voor de fosfaatprijs.”

Trend prijzen fosfaten stijgend
Fosfaat is de basis van fosforzuur, waar voorbehandelingssystemen mee gemaakt worden. De trend voor prijzen van de traditionele corrosiebehandelingssystemen is stijgend. Vanwege de versnelde algengroei die het in oppervlaktewater veroorzaakt, worden per regio lozingsnormeringen vastgesteld. “Op de ene plaats in het land heeft men dus een andere normering voor spoelwater en afvalwater dan in het andere. Daar moeten wij als producenten van chemie dus rekening mee houden. Dat leidt gelukkig ook tot innovatie: duurzame innovatie. De nieuwe generatie voorbehandelingssystemen laat fosfaat meer en meer los, zoals zirconium-, titanium- en silaanverbindingen. Er is al veel fosfaatvrij, maar dat is wel duurder. 

Natron en kaliloog worden gemaakt uit Nederlands keukenzout dat met een elektrolyt omgezet wordt. Kaliloog komt bijvoorbeeld uit de Elzas. Kaliloog is duurder maar beter waterafspoelbaar. Als je ze samen oplost in water, heb je nog geen reinigingssysteem. Oppervlakteactieve stoffen, tensides of zepen, zijn ook nodig en die worden gewonnen uit kokos, palm of soja. Die laat je reageren met ethyleenoxide, dat komt uit de aardolie, evenals de ‘koppelvloeistoffen’ als glycolen. Dan is de cirkel weer rond en blijk je dus altijd afhankelijk te zijn van aardolie.”

Wit wordt schaars
André Beckermann gaf namens Zandleven en vanuit zijn poedercoatfabriek Ganzlin een voordracht over de prijsontwikkelingen. Sinds maart 1985 zit hij al in de poedercoatwereld en al die tijd heeft hij de huidige prijsontwikkelingen nog niet eerder meegemaakt. “Het eerste kwartaal kregen we al berichten dat onze leveranciers grondstoffen misschien niet meer konden leveren of de prijzen twintig tot vijftig procent moesten verhogen. Gelukkig hebben we voldoende laboratoriumcapaciteit om op zoek te gaan naar alternatieve grondstoffen. We zijn al begonnen minder leveranciersafhankelijk te zijn. We hebben vier of vijf alternatieven waarvan we weten dat u het verschil niet merkt.”

Het witpigment titaandioxide is het meest explosief in prijs gestegen. “Wit wordt erg krap. De radiatorenindustrie, de gevelindustrie, de witgoedsector, ze krijgen allemaal te maken met krapte en extreme prijsverhogingen die geen enkele poederleverancier kan wegpoetsen. De Europese koepel van verffabriekenverenigingen CEPE en de Duitse lakindustrie sturen regelmatig een persbericht uit: titaandioxide is al meer dan tachtig procent gestegen in prijs. Zestig procent van de verfprijs wordt bepaald door de grondstoffen.”

In 28 jaar niet meegemaakt
“In 28 jaar heb ik niet meegemaakt dat in zó korte tijd zóveel prijsverhogingen werden doorgevoerd. Het gaat om verdubbelingen in vijf maanden tijd, ik heb werkelijk voor het eerst slapeloze nachten gehad. Het kan het verschil zijn tussen een gezonde bedrijfsvoering en een risico voor je bestaan, en dat moet je communiceren naar klanten. Dat moesten de grondstofleveranciers naar óns toe ook. Verzinkers hebben het meegemaakt met hun inkoop, maar poedercoaters kenden dit niet.” Beckerman illustreerde de communicatiewijze met enkele brieven die hij van zijn leveranciers had gekregen, waarin eenvoudigweg aangekondigd werd dat de prijs pas bij aanlevering vastgesteld zou kunnen worden. Het had eens zelfs de vorm van een bestelbevestiging. “Dat moet ik aan een afnemer uitleggen, als hij wil weten of ik een poeder heb en voor hoeveel. Trouwens, ook natlakproducenten hebben ermee te maken.”

Capaciteit wordt vrijgehouden voor trouwe klanten, werd ons gemeld in een brief van een grondstoffenleverancier. De leverancierstrouw is wel beloond, maar er is zóveel vraag in de markt naar poederverven dat het onmogelijk is grote sprongen te kunnen maken met andere leveranciers. Ik ben blij dat ik in Duitsland woon en werk sinds 1993, daar is wat meer producerende industrie. Mijn advies is: kijk eens wat vaker over de grens. Er is voor Nederlandse bedrijven heus wel wat werk uit Duitsland te halen. Men kent onze wijze van werken en het kwaliteitsdenken weten ze zeker te waarderen.” 

Naar boven>>




Nieuwe Duplex-folder

De VOM heeft in samenwerking met de VISEM, Stichting Zinkinfo Benelex en SVMB een nieuwe Duplex-folder uitgebracht. Hierin worden de voordelen van een duplex-systeem belicht; een tweelaags poedercoatsysteem op thermisch verzinkt materiaal. Mooie foto's van voorbeelden uit de praktijk ondersteunen de boodschap dat dit één van de meest duurzame manieren is om staal tegen corrosie te beschermen en een fraai uiterlijk te geven.
 
De folder kunt u aanvragen via secretariaat@vom.nl of downloaden via de VOM-website www.vom.nl/publicaties.

Naar boven>>



Nieuwe collega, Au Lee van Ee

Mijn naam is Au Lee van Ee en met ingang van 1 januari 2012 ben ik de nieuwe secretaresse opleidingen van de VOM.
 
Oppervlaktetechnieken is niet helemaal vreemd voor mij, want ik heb 5 jaar voor Stichting Doelmatig Verzinken (SDV) gewerkt.
 
Ik vind het erg leuk deze functie te bekleden en contacten te onderhouden met bedrijven en docenten. Mocht u een vraag hebben op het gebied van scholing en opleiding, dan sta ik u graag tot uw dienst.

Naar boven>>




VOM Branchebarometer

Oppervlaktebehandelaars in december veel positiever dan in november

Situatie in de Oppervlaktebehandeling in december ook veel beter dan de totale industrie
 
Uit de laatste meting van de VOM BrancheBarometer Oppervlaktebehandeling blijkt dat de inkoopmanagers in de metaalbewerkende branche ‘Oppervlaktebehandeling’ in december veel positiever dan in november zijn over de groei in de branche: indexscore 55,6 versus 45,1. De branche ontwikkelde zich in december ook veel beter dan de totale Nederlandse industrie (46,2, wordt maandelijks door branchevereniging Nevi gemeten).
Omdat een score hoger dan 50 ‘groei’ betekent, kan geconcludeerd worden dat er in de Oppervlaktebehandeling (maar ook in de industrie algemeen) sprake is van groei.
 
 
Opmerking: de relatieve vlakheid van de Nevi-lijn is te verklaren door de grote
verscheidenheid aan industrieën waaruit deze is opgebouwd.
 
De BrancheBarometer Oppervlaktebehandeling van de VOM is (evenals de Nevi Inkoopmanagersindex) opgebouwd uit vijf componenten. Met betrekking tot de ontwikkeling in december ten opzichte van november zijn met betrekking tot deze componenten de volgende conclusies te trekken:
·         De productie in de branche Oppervlaktebehandeling ontwikkelt zich veel positiever ten opzichte van vorige maand
·         Over de orders denken de inkopers veel positiever
·         De levertijd van de leveranciers is langer
·         De voorraden eindproduct zijn vrijwel hetzelfde
·         Over de werkgelegenheid denkt men veel positiever
De inkoopprijzen, geen onderdeel van de totale BrancheBarometer, zijn vrijwel hetzelfde volgens de inkopers ten opzichte van vorige maand.
 
Ten opzichte van de totale industrie (Nevi) zijn de volgende conclusies te trekken m.b.t de verschillende aspecten in de afgelopen maand:
·         Het productieniveau is in de Oppervlaktebehandeling in december veel beter dan in de totale industrie
·         Het orderniveau is veel beter
·         De levertijden van de leveranciers zijn veel langer
·         De voorraadniveaus in de Oppervlaktebehandeling zijn flink hoger
·         Over de werkgelegenheid denken de inkopers veel positiever
De inkoopprijzen, geen onderdeel van de totale BrancheBarometer, zijn in de Oppervlaktebehandeling relatief flink hoger dan in de totale industrie.
 
Nieuwe deelnemers aan de Barometer (mits oppervlaktebehandelaar) zijn nog van harte welkom: ze krijgen (gratis) sneller en specifiekere resultaten. Meld je aan via http://www.formdesk.nl/vom/abonnee
 
De BrancheBarometer Oppervlaktebehandeling wordt elke maand uitgevoerd bij inkopers die werkzaam zijn in de Oppervlaktebehandeling (CBS-branchecode 2561).
Deze mensen worden maandelijks via e-mail uitgenodigd een vragenlijst bij www.formdesk.nl in te vullen. Het onderzoek is op dezelfde methodologie gebaseerd als de Nevi Inkoopmanagersindex, bijna 90 jaar geleden ontwikkeld door de Amerikaanse vereniging van inkoopmanagers. Voor een uitgebreide bespreking van het onderzoek: kijk op de site www.vom.nl. Vragen kunnen direct worden gesteld aan branchebarometer@vom.nl. Voor een abonnement op het maandelijks persbericht met resultaten: http://www.formdesk.nl/vom/pers

Naar boven>>



Toepassing Chroom(VI) straks aan vergunning gebonden 

Het gebruik van Chroom(VI) voor bijvoorbeeld geel chromateren en hardchromen wordt alleen nog toepasbaar voor bedrijven die vanuit Europa een autorisatie hebben verkregen.
Om een autorisatie te kunnen aanvragen moet de ondernemer in het bezit zijn van een autorisatiedossier. Dit dossier gaat door deelnemers van het Chroomtrioxide consortium samengesteld worden. Om deel te nemen moeten ondernemers vóór 15 maart 2012 de consortiumovereenkomst getekend hebben.

Meer informatie: secretariaat@vom.nl of 030-6300390.


Stand van zaken
Door de deelnemers aan het preconsortium wordt hard gewerkt aan de overeenkomst voor het “echte” consortium dat volgend jaar in werking moet treden. Daarom een korte status update over het chroom (VI) dossier.

Het REACH proces
December 2010 zijn een aantal chroomverbindingen door ECHA op de kandidatenlijst van REACH geplaatst. Hieronder ook de stof chroomtrioxide die als basis dient voor chroomzuur. In de oppervlakte behandelende industrie wordt hiermee gechromateerd (geel chromateren), toegepast in het chroomanodiseren en in galvanische processen toegepast voor sier- en hardchroom.
Al heel snel werd duidelijk dat er politiek grote druk is om chroomtrioxide ook te prioriteren, waarmee de beschikbaarheid voor industriële toepassingen sterk aan banden wordt gelegd. In de publieke consultatie is door 1700 bedrijven en instellingen in Europa gereageerd richting ECHA over de voorgenomen prioritering.
Toch wordt er nu een besluit tot prioritering voorbereid en gaat men ervan uit dat medio of eind 2012 de prioritering van chroomtrioxide een feit is. Vanaf dat moment wordt ook duidelijk op welke datum er authorisatie aangevraagd moet zijn ( Applicatie datum – normaal 18 maanden na definitieve prioritering) en tevens wanneer het gebruik van chroomtrioxide verboden is tenzij er autorisatie voor is verkregen (Sunset date – normaal 18 maanden na Applicatie Datum). Dit betekent dat er afhankelijk van een aantal politieke besluiten, de zgn. “sunset date” voor chroomtrioxide ligt tussen medio 2014 en eind 2016.

Autorisatie dossier
Om voor autorisatie in aanmerking te komen moet je als gebruiker beschikken over een autorisatie dossier. Zo’n dossier wordt in de keten gemaakt. Alle ketenpartijen moeten hierin deelnemen. Om dit te gaan realiseren is een Europees consortium in wording. Dit consortium gaat onderzoek doen naar de sociaal economische noodzaak om chroomtrioxide in de markt te houden, ondanks het gevaar dat de stof met zich mee brengt voor de volksgezondheid. Daarbij zal de aanwezigheid en beschikbaarheid van alternatieve middelen of alternatieve processen een belangrijke rol spelen. Er circuleren momenteel onbevestigde berichten die aangeven dat er maximaal 30 maanden uitgetrokken wordt om het authorisatiedossier samen te stellen. Dit lijkt nog ver weg maar het is een enorme klus om dit goed samen te stellen en alle relevante informatie (Exposure data , alternatieven, sociaal economische consequenties) te verzamelen. Het opstellen van een autorisatie dossier is een lastige en vooral een kostbare klus. Het is dan ook om die reden belangrijk dat er veel deelnemers meedoen in het consortium. Hierdoor kunnen de kosten door meer partijen worden gedeeld. Ook zullen de kosten naar bedrijfsgrootte verschillend zijn. De grote bedrijven dragen een groter deel van de kosten. Er zal na publicatie van de prioritering door ECHA 60 dagen de tijd zijn om in te tekenen in het Consortium.

Verkrijgen van autorisatiedossier
Op verschillende manieren is het autorisatie dossier te krijgen. De meest zekere is deelnemen in het consortium. Daarnaast zal er tot een periode van 6 maanden voor het eindigen van de Applicatie datum de mogelijkheid zijn het dossier te kopen. Er is nu al vastgesteld dat de koopprijs dan twee keer de prijs zal zijn die de deelnemers aan het consortium hebben betaald. Een laatste mogelijkheid is mee te liften op de inzet van de formulator. De formulator mag als hij dat wil en als hij deelneemt in het consortium, zijn autorisatie dossier beschikbaar stellen aan zijn afnemers. Hierbij geldt wel dat het specifieke gebruik van deze afnemer dan wel moet zijn meegenomen in het dossier en dat deze afnemer moet voldoen aan de dan opgestelde eisen ( Invloed hierop uit oefenen is alleen mogelijk bij deelname aan het Consortium). Is dit niet zo, dan is voor de afnemer het autorisatie dossier onbruikbaar en staat hij met lege handen.

Kosten deelname aan het consortium
De kosten voor deelname zijn op dit moment nog lastig in te schatten. Bij een geschat budget van 2 mln Euro en een deelname van 150 bedrijven lopen de GESCHATTE kosten uiteen van ca. 8.000 Euro voor een micro, tot 12.000 Euro en 18.000 Euro voor een klein en middelgroot bedrijf en 24.000 Euro voor een groot bedrijf. Deze kosten zijn per gebruik verschillend en zullen bij een grotere deelname lager zijn. De kans hierop is reeel omdat vanuit Duitsland door de ZVO (een hecht verbond, vergelijkbaar met de VOM) met ca.50-100 bedrijven aansluiting wordt gezocht.

Autorisatie aanvraag
Met  een autorisatie dossier in de hand kan een individueel bedrijf autorisatie aanvragen voor zijn gebruik van de stof. Deze aanvraag moet ingediend worden bij ECHA. Ook dit deel kost (veel) geld en komt zeer precies. Als autorisatie wordt verkregen, mag het bedrijf voor de vastgesteld periode en onder de gestelde voorwaarden de stof (chroomtrioxide) blijven gebruiken.

Conclusie
Als u in de toekomst gebruik wilt kunnen blijven maken van uw chroom(VI) toepassing, dan is het noodzakelijk dat u een keuze maakt hoe u denkt uw autorisatiedossier te kunnen bemachtigen. De meest zekere is deelnemen in het consortium chroom trioxide.

Naar boven>>



Nieuwe versie Qualisteelcoat

Recentelijk is er een nieuwe versie van de Qualisteelcoat specificatie uitgekomen. Qualisteelcoat is een internationaal kwaliteitslabel voor het natlakken en poedercoaten op staal. Het keurmerk gaat uit van keuring van het coatingproces, het verfsysteem, de inhouse control en het eindproduct. De eisen zijn vastgelegd in een Engelse specificatie die op te vragen is via info@visem.nl. De specificatie gaat uit van algemeen gangbare normen en processen waarbij met name vastgelegd wordt hoe een hoge en betrouwbare kwaliteit verkregen kan worden. Dit wordt bepaald door een internationaal samengestelde technische commissie en bestuur. De keuring en inspectie gebeurt door onafhankelijke door Qualisteelcoat geaccrediteerde labs en inspecteurs. In Nederland is dat COT in Haarlem. De Nederlandse licentiebeheerder is de Visem, zie http://visem.nl/index.php?page=qualisteelcoat




Gevolgen Reach voor arbobeleid verduidelijkt  

Via de in week 3 gepubliceerde brochure maakt de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie) duidelijk welke gevolgen de Europese Reach-wetgeving heeft voor het arbobeleid van bedrijven die met chemicaliën werken. Volgens de VNCI moeten vooral kleinere chemiebedrijven en afnemers van de chemische industrie goed kijken of hun beleid al op orde is.

Volgens de Arbowet is de werkgever verplicht om ervoor te zorgen dat werknemers veilig en gezond kunnen werken. Tot nu toe was nog onbekend hoe de Reach-wetgeving (die de veiligheid voor mens - en dus werknemer - en milieu bij de productie en het gebruik van chemicaliën moet verbeteren) het arbobeleid beïnvloedt. De nieuwe brochure, die onder meer in samenwerking met de chemiesector is gemaakt, vertelt hoe handhavers van het arbobeleid tegen Reach aankijken.

Volgens VNCI-beleidsmedewerker Macco Korteweg Maris maakt Reach de regels wat complexer. "Dat komt doordat de Reach-wetgeving erg ingewikkeld is. Anderzijds is er door Reach ook veel meer informatie over chemische stoffen bekend, wat een verbeterslag oplevert voor de arbeidsomstandigheden."

Vanwege de verbeterde veiligheid en gezondheid voor mens en milieu is de VNCI positief over Reach. Korteweg Maris wijst er wel op dat de Nederlandse handhaving niet strenger moet worden dan de in rest van Europa. "Dan schieten we door, en dat is ook niet de bedoeling. Het zou daarom goed zijn om de brochure van de Inspectie SZW in alle Europese landen te gaan gebruiken."

De gevolgen van de Reach-wetgeving voor het arbo-beleid zullen vooral gevoeld worden bij kleinere chemiebedrijven en afnemers van de chemische industrie. "Ik denk dat grote chemiebedrijven al redelijk ver zijn met de maatregelen," stelt Korteweg Maris, "maar ook zij zullen nog aan de slag moeten om te verifiëren dat ze de regelgeving juist hebben geïmplementeerd. De kleinere bedrijven, en dan met name de gebruikers verderop in de keten die chemie niet als hoofdactiviteit hebben, zullen echter nog een behoorlijk verbeterslag moeten maken."


Bron: VNCI, nieuwsbrief  19-1-2012
 
Naar boven>>




Ship coating inspection goes digital

De Amerikaanse Marine heeft een coating inspectie methode m.b.v. digitale fotografie ontwikkeld. Deze methode is volgens de Amerikaanse Marine arbeidsbesparend en objectiever.
 
Meer informatie kunt u lezen via deze link.

Naar boven>>




Auditnorm voor alle managementsystemen nu vertaald in het Nederlands

NEN heeft onlangs een gewijzigde uitgave van de auditnorm NEN-EN-ISO 19011 gepubliceerd. Met deze norm kan geld, tijd en middelen worden bespaard door de uniforme benadering van gecombineerde audits op managementsystemen.
In de moderne zakelijke omgeving, hebben organisaties vaak meerdere managementsystemen, zoals voor kwaliteit, milieu, arbo en informatiebeveiliging. Als gevolg daarvan willen organisaties het auditen van deze systemen zoveel mogelijk willen harmoniseren en waar mogelijk combineren.

Scope uitgebreid
Vergeleken met de eerste uitgave van de norm uit 2002, die alleen van toepassing was op het auditen van ISO 9001 (kwaliteit) en ISO 14001 (milieu) is de scope van NEN-EN- ISO 19011:2011 Richtlijnen voor het uitvoeren van audits van managementsystemen uitgebreid. Dit geeft de nodige houvast in de toenemende complexiteit van het auditen van meerdere anagementsystemen.
Vrijwel tegelijkertijd met de publicatie door ISO heeft NEN de Nederlandse vertaling beschikbaar.

Integratie managementsystemen optimaal
De norm helpt organisaties om de integratie van managementysstemen te optimaliseren. Door het faciliteren van een enkele, gecombineerde, audit waarmee de verschillende systemen worden doorgelicht, zullen auditprocessen zich stroomlijnen, wordt dubbel werk gereduceerd en worden afdelingen die worden geaudit minder frequent 'gestoord'.
Speciale aandacht krijgt het auditprogramma waarmee audits worden ingezet als instrument voor het topmanagement voor het behalen van de doelstellingen van een organisatie.

Voor wie?
KAM-managers en -medewerkers, interne auditoren, externe auditoren en toezichthouders

Meer informatie
Voor inhoudelijke informatie over deze norm of over het normalisatieproces: Annemarie de Jong, Consultant NEN Managementsystemen, telefoon (015) 2 690 239 of e-mail annemarie.dejong@nen.nl.
Kijk voor alle producten en diensten van ISO 19011 op www.nen.nl/ISO-19011.
 

Vraag van de Maand

Vraag:
Welke norm kan gebruikt worden voor schooperen?

Antwoord:
De norm die gebruikt kan worden is NEN-EN-ISO 2063:2005 “Thermisch spuiten - Metallieke en andere niet-organische deklagen - Zink, aluminium en hun legeringen”.

Deze norm is van toepassing op metaallagen van zink, aluminium en legeringen van zink en aluminium, aangebracht door middel van thermisch spuiten, voor de bescherming van ijzer en staal tegen corrosie.

Beschreven worden de definities, classificatie van legeringen met bijbehorende laagdiktes, ondergrondvoorbehandeling, het coatingmateriaal (volgens NEN-EN-ISO 14919:2001), applicatieomstandigheden, sealing en een verwijzing naar NEN-EN-ISO 12944-5 voor aanvullende verfsystemen.

Verder worden meet- en testmethoden (voor laagdikte en hechting) besproken en in Bijlage B wordt een overzicht gegeven van “aanbevelingen voor gebruik“: Afhankelijk van het milieu (omgevingsklassen volgens NEN-EN-ISO 12944-2) worden minimale laagdikten voor de verschillende metaalbedekkingen genoemd.

Naar boven>>